De Colombiaanse Raad van State heeft de schorsing van de 23% verhoging van het minimumloon voor 2026 opgeheven. Daarmee treedt het oorspronkelijke decreet opnieuw in werking, in afwachting van een definitieve uitspraak over de rechtmatigheid.
De beslissing werd genomen door de Tweede Sectie van het hoogste bestuursrechtelijke orgaan, met een nipte meerderheid van drie tegen twee. De uitspraak volgt op een beroep van de regering van president Gustavo Petro, die het verhoogde minimumloon verdedigt als noodzakelijk voor een leefbaar inkomensniveau.
Eerder had een magistraat het decreet geschorst vanwege mogelijke procedurele tekortkomingen, waaronder het ontbreken van overeenstemming met werkgeversorganisaties en vakbonden. Na die schorsing voerde de regering echter een tijdelijk decreet in met dezelfde loonsverhoging van 23%.
Volgens de Raad van State zorgt deze situatie voor juridische onduidelijkheid. Het is nog niet vastgesteld of de rechter beide decreten afzonderlijk moet toetsen of als één geheel moet beschouwen. Die vraag staat centraal in de verdere behandeling van de zaak.
De Raad benadrukt dat de geconstateerde mogelijke onregelmatigheden complex zijn en niet geschikt voor een voorlopige beoordeling. Daarom is een definitieve uitspraak nodig om duidelijkheid te geven over de rechtmatigheid van de loonsverhoging.
Tot die tijd blijft het oorspronkelijke decreet van kracht, wat directe gevolgen heeft voor werknemers en werkgevers in Colombia.