Gevechten tussen rivaliserende guerrillagroepen in het zuidoosten van Colombia hebben minstens 52 doden geëist, enkele dagen voor de presidentsverkiezingen. Het dodental is gemeld door een betrokken FARC-dissidentengroep en kon niet onafhankelijk worden bevestigd.
De confrontaties vonden plaats in het departement Guaviare, een regio die van strategisch belang is voor cocaïneproductie en -handel. Volgens minister van Defensie Pedro Sánchez en het Colombiaanse leger is er gevochten, maar officiële cijfers over slachtoffers ontbreken. De regering heeft extra troepen gestuurd om de burgerbevolking te beschermen.
De gevechten gingen tussen twee rivaliserende facties van de voormalige FARC, onder leiding van Iván Mordisco en Calarcá Córdoba. Beide groepen verwierpen het vredesakkoord van 2016. Terwijl de groep van Córdoba deelneemt aan vredesonderhandelingen, blijft de factie van Mordisco in conflict met de overheid na het beëindigen van een staakt-het-vuren in 2024.
Het geweld onderstreept de fragiele veiligheidssituatie in Colombia, waar het conflict al meer dan zestig jaar voortduurt. De strijd wordt grotendeels gefinancierd door drugshandel en illegale mijnbouw en heeft honderdduizenden slachtoffers geëist.
De veiligheidssituatie is een centraal thema in de verkiezingen van zondag. De linkse kandidaat Iván Cepeda wil doorgaan met onderhandelingen, terwijl rechtse kandidaten pleiten voor een hardere militaire aanpak.
De autoriteiten hebben ruim 400.000 veiligheidsmensen ingezet om het verkiezingsproces te beveiligen. Bij een gebrek aan een absolute meerderheid volgt later een tweede ronde.