De Colombiaanse regering heeft fel gereageerd op een nieuwe verklaring van het ELN, waarin de guerrillagroep aankondigt vier gijzelaars te onderwerpen aan wat zij “revolutionaire gevangenis” noemt. Het gaat om twee politieagenten en twee CTI-functionarissen die sinds 2025 worden vastgehouden in het departement Arauca.
Volgens het ELN is tegen twee van de gijzelaars een intern “vonnis” uitgesproken, met straffen tot 60 en 55 maanden. De groep beschuldigt hen van spionage en acties tegen de organisatie en hint op een mogelijke gevangenenruil.
Minister van Defensie Pedro Sánchez Suárez wees de aankondiging resoluut af. Hij stelde dat het ELN geen enkele legitimiteit heeft om als rechter op te treden en noemde de groep een criminele organisatie. Ook benadrukte hij dat ontvoering een ernstige schending is van de mensenrechten en dat de overheid zich blijft inzetten voor de vrijlating van de slachtoffers.
De regering riep nationale en internationale actoren, waaronder mensenrechtenorganisaties en de katholieke kerk, op om druk uit te oefenen op het ELN. Tegelijk werd gewezen op de bredere dreiging die de groep vormt door onder meer geweld, afpersing en drugshandel.
Ook de ombudsman veroordeelde de situatie en waarschuwde voor de fysieke en mentale gevolgen voor de gijzelaars, die al bijna een jaar vastzitten. Zij riep op tot onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating.
De zaak vergroot de druk op het ELN en onderstreept opnieuw de ernst van ontvoering binnen het aanhoudende conflict in Colombia.