Na de renteverhoging van 100 basispunten door de Banco de la República is de spanning tussen de regering en het bedrijfsleven in Colombia toegenomen. Grote werkgeversorganisaties spraken hun steun uit voor de beslissing van de centrale bank en verweten de regering van president Gustavo Petro inmenging in een onafhankelijke instelling.
De controverse ontstond nadat minister van Financiën Germán Ávila uit protest de vergadering van de bank verliet. Volgens de Nationale Federatie van Handelaren (FENALCO) ondermijnt dit gedrag de geloofwaardigheid van het economisch beleid. “Het is een betreurenswaardig schouwspel dat de aanval op de autonomie van de centrale bank zichtbaar maakt,” stelde voorzitter Jaime Alberto Cabal.
Ook de voorzitter van ondernemersvereniging ANDI, Bruce Mac Master, verdedigde de renteverhoging als noodzakelijke reactie op de hardnekkige inflatie. Hij wees erop dat eerdere beleidsbeslissingen van de regering “meer politiek dan technisch” waren en dat de huidige situatie “onvermijdelijk” was.
Het Nationaal Bedrijfscomité (Consejo Gremial Nacional) riep op tot respect voor de onafhankelijkheid van de Banco de la República en veroordeelde de actie van de minister. In een verklaring stelde het comité dat het vertrek van Ávila “een verkeerd signaal” geeft over de institutionele stabiliteit van het land.
De organisaties benadrukken dat de onafhankelijkheid van de centrale bank een grondwettelijke garantie is en dat politieke druk op haar besluiten het vertrouwen in de economie verder kan ondermijnen.