Colombia heeft voor het eerst zelf gevechtsgeweren geproduceerd als vervanging van de Israëlische Galil, waarmee het land een belangrijke stap zet richting wapenonafhankelijkheid. Staatsfabrikant Indumil bevestigde maandag dat de productie van de nieuwe modellen is gestart.
De geweren, vervaardigd uit staal en polymeer, zijn 15 tot 25 procent lichter dan de bestaande wapens. Indumil-directeur en gepensioneerd kolonel Javier Carmago verklaarde dat de staatsfabriek in vijf jaar tijd 400.000 exemplaren wil afleveren. Daarmee moeten de huidige wapens in de strijdkrachten geleidelijk worden vervangen.
De productie markeert een breuk met decennia van militaire afhankelijkheid van Israël. Sinds de jaren negentig werden Galil-geweren in Colombia lokaal samengesteld met ingevoerde Israëlische onderdelen. Die samenwerking kwam in 2024 abrupt ten einde toen president Gustavo Petro de diplomatieke banden verbrak uit protest tegen de oorlog in de Gazastrook.
Deskundigen plaatsen vraagtekens bij de haalbaarheid van het project. Zij vrezen dat Colombia aanzienlijke kosten moet maken om de productie op te schalen en dat de planning te ambitieus is. Toch past de stap binnen Petro’s koers om de invloed van buitenlandse wapenleveranciers terug te dringen.
Naast het verbreken van de samenwerking met Israël heeft Petro ook aankopen van Amerikaanse wapens stilgelegd, nadat Washington de relatie met Bogotá had verslechterd. Recent werd de spanning verder opgevoerd toen de VS Petro’s visum introkken, na zijn deelname aan een pro-Palestijnse demonstratie in New York.
De inzet op binnenlandse wapenproductie vindt plaats tegen de achtergrond van een langdurig binnenlands conflict. Al ruim dertig jaar probeert Colombia het hoofd te bieden aan guerrillabewegingen en drugskartels die actief zijn in cocaïne- en goudhandel. In dat kader moet de nieuwe wapenlijn de strijdkrachten voorzien van modern, goedkoper en lichter materieel.