Iván Cepeda heeft kort na de eerste ronde van de Colombiaanse presidentsverkiezingen zijn rivaal Abelardo De la Espriella uitgedaagd voor een debat, terwijl hij inmiddels erkent dat er geen aanwijzingen zijn gevonden voor onregelmatigheden in de uitslag. Daarmee neemt hij afstand van eerdere twijfels die vanuit zijn kamp werden geuit.
De kandidaat van de regeringscoalitie eindigde als tweede en riep minder dan twaalf uur na de verkiezingsuitslag op tot een rechtstreeks debat met De la Espriella, die de eerste ronde won. Tegelijk maakte Cepeda bekend dat zijn team vertegenwoordigers heeft aangewezen om de voorwaarden voor het debat vast te leggen.
Direct na de verkiezingen hadden Cepeda en president Gustavo Petro nog vragen gesteld over het telproces, onder meer vanwege de toevoeging van circa 800.000 identiteitsnummers aan het kiezersregister. Inmiddels stelt Cepeda dat er geen bewijs is gevonden dat wijst op onregelmatigheden in de resultaten.
De la Espriella reageerde positief op de uitnodiging en stelde voor om het debat op 9 juni te organiseren bij weekblad SEMANA. Eerder koppelde hij zijn deelname aan de eis dat Cepeda de verkiezingsuitslag zou erkennen, een voorwaarde die door de nieuwe verklaring van Cepeda minder controversieel lijkt.
De oproep tot debat betekent een duidelijke koerswijziging. Tijdens de eerste ronde vermeed Cepeda juist deelname aan grote debatten, wat hem kritiek opleverde van tegenstanders en analisten.
Een mogelijke confrontatie tussen beide kandidaten zou het eerste directe debat zijn in deze verkiezingscyclus. In een sterk gepolariseerde politieke context kan het debat een belangrijk moment worden in aanloop naar de beslissende tweede ronde.